Leids Nieuwsblad 27 augustus 2008
Schuin achter het Centraal Station Leiden ligt het Houtkwartier. Met de door middelbare scholen en sportterreinen omgeven Leidse Hout en het Diaconessenhuis. Alom bekende plekken, maar zelfs voor Leidenaren is er nog genoeg te ontdekken in dit stadsdeel.
Dat ondervonden we afgelopen zondagmiddag. Gedreven door nostalgie begaven we ons naar het Heempark. In onze jeugd staken we er eens hoppend en springend slootjes over. De vele waterpartijen, de sigaren in het riet, de wilde begroeiing en de kruidentuin klopten met de herinnering. De klinkerpaden, de overwoekerde muren, maar vooral de oude put die we tegenkwamen, spraken opnieuw tot de verbeelding. Zouden we hangend over het kroos nog eens een wens doen? Twee kleine meisjes die verderop plat op een houten bruggetje in het water lagen te turen, hadden voor het moment maar een verlangen: vissen zien. Een oudere dame riep ze mee te komen.
Honing slingeren
Weinig andere bezoekers kruisten ons pad. “Mensen zeggen me soms dat ze het hier zo stil vinden”, beaamde Hein van Schie, beheerder van het Heempark, “maar toch komen hier voortdurend bezoekers langs. Natuurlijk is het niet zo druk als de Leidse Hout. Het park is ook te klein voor evenementen. Regelmatige rondleidingen en activiteiten zijn er wel.” We vielen met onze neus in de boter, of beter: in de geurige honing. Imkers van de Imkervereniging Leiden waren bezig te vertellen over hun vak en we konden nog net de demonstratie honing slingeren van Aad Wolvers meemaken.
Geiten op de ijsbaan
Met de bijen nog nagonzend in het hoofd, en een pot honing in de tas, vervolgden we opgewekt onze tocht. Dat kon simpel via het Heempark zelf, want, zo had Van Schie ons verteld, sinds twee jaar kun je via de Kikkermolen, “de kleinste molen van Zuid-Holland”, naar het landgoed Oud-Poelgeest. Tientallen geiten graasden op het terrein van de IJsclub Oegstgeest, nabij het loopplankje naar het bos. Vandaaruit was het maar even lopen naar de ringgracht om het kasteel. Op een van de vele bankjes langs het stille water vergaapten wij ons aan de zwarte ui-achtige bollen op de torens. Prachtig, maar wat gênant, we waren hier nog nooit geweest. Wisten niet eens dat je hier mocht komen. Via nog een bruggetje en een helaas niet toegankelijk kapelletje (het Jagershuisje) liepen we in een boog door het bos naar de statige oprijlaan naast het Koetshuis. Op naar het volgende Koetshuis, maar dan in de Leidse Hout.
Ouderen rocken around the clock
Onder muzikale begeleiding fietsten we over de Groene Maredijk. In de muziektent van de Leidse Hout was dansorkest Date 727 bezig een optreden te verzorgen. Op de vakantieperiode na zijn van half mei tot eind september zondagmiddagconcerten hier vaste prik, vertelde Mies Schipperijn, voormalig bestuurslid van de Stichting Muziek Leidse Hout. Op het laatste verzoeknummer ‘Rock Around the Clock’ maakten vooral oudere bezoekers een dansje. De fontein spetterde op de achtergrond vrolijk mee. Maar direct na afloop weerklonk bij het nabijgelegen theehuis opnieuw muziek.
Enorm verlaten
Volgens theehuiseigenaar Bernard Stöxen een muzikale verrassing voor iedereen die de moeite neemt naar de Leidse Hout te komen. “Met blues-, country- en popcovers trekken wij een jonger publiek.” Zijn terras zat afgeladen vol, het speeltuintje ernaast werd druk bezocht door ouders met kinderen. “Mensen maken van hieruit ook rondwandelingen, naar het Heempark, Oud-Poelgeest en het Bos van Bosman.” Het Bos van Bosman? Nieuwsgierigheid gewekt. Dit ons ook onbekende bos moest onmiddellijk verkend worden. Aan de overkant van de Rijnsburgerweg, grenzend aan de Vogelwijk, deed het kleine landgoed van Bosman in vergelijking met de Leidse Hout enorm verlaten aan. Volgens een passerende buurtbewoner zitten hier verwilderde halsbandparkieten. Dus speurden we nog even naar fleurige veren tussen donkergroen lover. Tevergeefs.
Muziektent in de Leidse Hout
Honing slingeren in het Heempark