Leids Nieuwsblad (speciale rubriek Varen door Leiden) 8 april 2009
Leiden met zijn grachten en singels vraagt erom om met een watervoertuig verkend te worden en daar zijn gelukkig talloze mogelijkheden toe. Van een traditionele rondvaart tot een vaaruitje op de waterfiets, en alles daar tussenin.
Vanaf het water ziet Leiden er anders uit. De Leidenaren op de kades zijn gericht onderweg naar huis, werk of winkel, maar op het ruime sop hoef je niet zoveel. Toch gaan we met het eigen motorbootje de ‘Vaarroute door historisch Leiden’ doen. De afvaart is nabij het kruispunt van het Galgewater en de Beestenmarkt. De duiven die een zitje hadden onder de schelpmotieven op de Bostelbrug, vliegen verstoord op. Langs een sloep met de hilarische naam ‘Gedag vaart’. Wat verder, tussen De Waag en terrasboten, is het wachten op een roeiboot die onder de Visbrug is vastgelopen. Onervaren roeiers op een sterke stroming, is ons eerste oordeel. Maar als de boot tevoorschijn komt, wordt duidelijk dat ze nog het meeste last hebben van de niet roeiende dames tegenover zich. Ferm blijven ze “Naar stuurboord! Naar stuurboord!” roepen. De beste stuurlui konden maar beter aan wal staan.
Voorbij de Visbrug zitten mensen bijna tegen de cafégevels geplakt om voorzichtig van het voorjaarszonnetje te genieten. Op het water is het ronduit fris, de meegevoerde thermoskan koffie bewijst zijn nut. Onder de lange lage brug onder het Gangetje wordt het ons even zwart voor ogen, in het Van der Werf-park plots geel van de vele bloeiende narcissen. In de brug tussen het Rapenburg en de Vliet herinnert een gedenksteen aan de overwinning op de Spanjaarden en de binnenkomst van de watergeuzen, haring en wittebrood op precies dit punt. De Pilgrims vertrokken ook vanhier naar Amerika. Hun vaarroute volgen wij vandaag maar even niet. Na het Academiegebouw slaan we af naar links, de kleinere Groenhazengracht op. Van de zijgevel van café-restaurant De Grote Beer pakken we snel een passende zin op uit een Frans gedicht van Arthur Rimbaud: ‘En ik zal de wind mijn haren laten dopen’. Want die wind is stevig voelbaar op de brede singel erachter. Links hebben we met de Hortus Botanicus en de deels overwoekerde Sterrewacht voortdurend de natuur aan onze zijde. Er vliegt warempel een felblauwe ijsvogel op uit het struikgewas. Bij de Koepoortsbrug is evenwel geen koe te bekennen, en trouwens ook geen poort. De mooie muurtoren, een van de weinige overblijfselen van Leidens oude ommuring, biedt wel soelaas. Evenals verweerde houten steigers, kleurige bootjes, een gelige treurwilg en heel veel riet rond het Plantsoen. Een klein eiland dat ons nooit eerder is opgevallen, ligt nabij het Levendaal. “Verboden aan te meren”, zegt een bordje. Dus gaan we door.
Gedicht
Een verrassing is het gedicht ‘Kleine ode aan het water’ van Gerrit Achterberg dat op de Rijnkade op een stuk helderblauwe muur prijkt. Althans, tot blijkt dat hij over regen spreekt. Voorbij woonboten en een heuse scheepswerf komt de steenrode watertoren goed in zicht, na het Waardeiland is de beurt aan de Zijlpoort. De terrassen aan de achterzijde van de huizen van de Lage Rijndijk zijn een allegaartje maar door hun ligging aan het water behoorlijk jaloersmakend. Gelukkig is een minpuntje snel gevonden: ze liggen binnen het bereik van de kanonnen in het Ankerpark. Snel doorvaren maar, de veilige passantenhaven verderop lonkt. Na een laatste gang over de Oude Vest en de Oude Singel is het snel aanmeren bij de Beestenmarkt. De woelige baren hebben ons hongerig gemaakt. In een pannenkoekenhuis op het plein eten we pannenkoeken die geheel in de stijl van het vaaruitje zijn. ‘Noordzee’ en ‘Waddenzee’ heten ze. Zie www.inleiden.info voor de vaarroute en www.vvvleiden.nl/nl/water.html voor bootverhuur en rondvaarten.
Doorkijk naar de Koornbrug vanaf de Visbrug
Weerspiegeling van het Academiegebouw aan het Rapenburg
De Zijlpoort wordt omgeven door kanonnen